Hieronder een woordenlijst en begrippenbepaling van termen die voorkomen in de generatie van een vlinder

Generatie: Het gehele proces van eitje tot vlinder

  1. Een eitje wordt gelegd
  2. Daaruit komt een rups
  3. De rups eet een stukje eischaal
  4. De rups eet zich dik aan zijn waardplant
  5. De rups vervelt diverse malen
  6. De rups gaat verpoppen en wordt een cocon of pop
  7. De vlinder wordt geboren
  8. De vlinder legt eitjes en sterft

passiflorahoeve (18)

Dagactieve vlinders

  1. dunne voelsprieten;
  2. vouwen hun vleugels recht boven het lichaam;
  3. De vier vleugels kunnen onafhankelijk van elkaar bewogen worden, wat leidt tot een elegantere vlucht;
  4. hebben over het algemeen felle kleuren, hoewel veel soorten deze alleen aan de boven-(binnen-)kant van de vleugels hebben;
  5. Bij de verpopping verhardt de huid tot een cocon.

Nachtactieve vlinders

  1. hebben verschillende vormen voelsprieten;
  2. hebben een verbinding tussen de voor- en achtervleugels waardoor deze niet onafhankelijk van elkaar kunnen worden bewogen en vouwen hun vleugels in rust als dakpannetjes boven het lichaam of vlak uitgespreid;
  3. hebben over het algemeen camouflagekleuren, omdat ze zich gedurende de dag verstoppen. De meeste soorten hebben wel degelijk felle kleuren, maar laten deze alleen zien bij verstoring;
  4. Bij de verpopping spint een nachtvlinder zijn cocon rond de pop, in plaats van alleen uit te harden zoals bij de dagvlinder.

Oleanderpijlstaart Oleander hawk-moth  (Daphnis nerii) kopiëren Kleine Nachtpauwoog vrouwtje   saturnia pavonia    _OS_6692 kopiëren Groot Avondrood _CB_8434 kopiëren

11403413_10203415380825768_953890521667968395_n 11403017_10203415385625888_4786207371147779591_n HPIM1721

Ei: Vlinders zijn eierleggend. Het totale aantal eitjes kan uiteenlopen van enkele honderden tot vele duizenden eitjes, afhankelijk van de soort. De eitjes van vlinders kunnen glad zijn maar zijn soms ware kunstwerkjes met regelmatige patronen van ribbels, putjes en groeven die door elkaar heen lopen. Ook zijn alle mogelijke vormen mogelijk. Ten slotte is ook de grootte erg variabel. Van 0,2 millimeter 4 millimeter. In ieder eitje zit een gaatje om een zaadcel door te laten. De eitjes van vlinders worden namelijk pas bevrucht bij het afzetten ervan.

Rups: Een rups is de larve van een vlinder. Rupsen zijn over het algemeen onopvallende diertjes, toch spelen sommige soorten een grote rol in het dagelijks leven van de mens en zijn bij het grote publiek bekend, voorbeelden zijn de zijderups en de eikenprocessierups. Rupsen werken enorme hoeveelheden plantaardig materiaal weg, ook zijn ze een prooi voor de meest uiteenlopende dieren; van vogels tot sluipwespen.

Waardplant: Vrijwel alle rupsen hebben een waardplant, dit is de plant waar de rups van eet. Het hoeft geen aparte soort te zijn, soms zijn alle of veel soorten uit een geslacht of familie van planten ook goed. Voorbeelden zijn de dagpauwoog, waarvan de rupsen brandnetels eten. De rups van de Sint-jacobsvlinder leeft op jacobskruiskruid, de eikenprocessierups op de eik en de zijdevlinder op witte moerbei. Niet alle rupsen eten overigens plantendelen als bladeren, sommige eten dood materiaal (zoals de pels- en de kleermot) of jagen op prooidieren.

Vervelling: Rupsen vervellen meestal vier tot vijf keer in hun leven, iedere keer als ze uit hun jasje groeien barst de huid open. Daarna vindt verpopping plaats, en komt de volwassen vlinder tevoorschijn. De duur van het popstadium verschilt van enige dagen tot maanden, afhankelijk van de soort en de omstandigheden. Voornamelijk rupsen maar ook de poppen zijn gevoelig voor temperatuurschommelingen en een te hoge of lage luchtvochtigheid.

Cocon: Nadat de rups zich heeft volgegeten en een aantal keer verveld is, is het tijd om te gaan verpoppen. De meeste rupsen spinnen een cocon van zijde voor zichzelf om hen te beschermen. Die zijde kan allerlei kleuren hebben, zowel spierwit als grijs als goudgeel of bruin. De pop zit in die cocon.

Inspinnen: De rups zal in het laatste stadium van zijn rupsfase een geschikt plekje gaan zoeken om zich in te spinnen. De rupsen kunnen elkaar soms in de weg zitten bij het inspinnen. Sommige rupsen spinnen zich in in een blad, anderen gewoon tegen de wand van het verblijf of onder een randje van het terrarium. Als de rupsen niet meer eten, is het nog steeds van belang om enkele vochtige bladeren neer te leggen om de luchtvochtigheid op peil te houden. Ook licht sproeien met een watersproeier is goed.

IMG_1421 IMG_4939 IMG_4012

IMG_4381hummingbird-hawk-moth-542500_1280 19504810611_56596c2ed4_o

Gordelpop: Een gordelpop is een pop die halverwege met een heel dun spinseldraad aan een blad wordt vastgemaakt en daarmee dus in de herfst, als het blad afvalt, op de grond valt. Soms wordt een gordelpop aan de stam van een boom of aan een muur vastgemaakt.

Verpoppen: Dit is een proces dat bij meerdere insecten voorkomt. Tijdens dit proces verandert de larve naar een volwassen insect. De larve krijgt in dit proces van verpoppen na de laatste vervelling een ander uiterlijk. Gedurende deze periode neemt de larve in zijn pop geen voedsel op. Uitwendig lijkt de pop in rust te verkeren terwijl intussen van binnen de organen van de larve worden afgebroken en worden omgebouwd tot de organen die het volwassen insect nodig zal hebben. Veel poppen zien er uit als een rond tonnetje zonder poten, ogen, mond, anus, vleugels of antennen. De meeste poppen bewegen zich niet maar kunnen bij aanraking wel wriemelende bewegingen maken als verdediging. Insecten die zich verpoppen zijn onder andere kevers, vliegen, vlinders, en vlooien. Een rups verpopt hangend aan een tak of een blad of gewoon op de grond. Het verpoppen kan anderhalf tot drie weken duren. Bij poppen die overwinteren kan het zelfs zeven maanden duren. In de pop ontstaat langzaam een vlinder. Niemand weet hoe dit precies gaat maar het is wel heel bijzonder!

Nectar: is een suikerrijke vloeistof die door planten wordt geproduceerd. De nectar geproduceerd door bloemen wordt op bepaalde delen van de dag afgescheiden en heeft als doel het aantrekken van specifieke bestuivers waaronder insecten als bijen, vlinders en hommels, maar ook vleermuizen, honingvogels en kolibries. De nectar bevindt zich vaak onder in de bloem zodat de bestuiver gedwongen wordt zich langs de voorplantingsorganen van de plant te bewegen en zo het stuifmeel van de ene naar de andere bloem wordt overgebracht.

Roltong: De roltong van een vlinder is een buisvormig, oprolbaar orgaan waarmee nectar uit de bloem kan worden opgezogen, of ander vloeibaar voedsel, zoals sap van zacht rottend fruit, urine, mest, of vocht van dode dieren. De lengte van de roltong varieert van 1 centimeter tot wel 15 centimeter. Zo kunnen vlinders ver in de bloem rijken om nectar te verzamelen.